140 websites gescand. 58 hadden geen vectorlogo

Een meting van 140 websites van bedrijven die genoemd werden in Nederlandse overname- en fusieberichten. Wat er ontbrak, hoe ik het heb gemeten, en wat de cijfers niet zeggen.

Ik beweer op deze site dat merken langzaam uit elkaar vallen en dat het bijna nooit een besluit is. Dat is makkelijk beweren. Dus heb ik het gemeten.

Tussen maart en augustus 2026 heb ik de websites gescand van bedrijven die in Nederlandse overname- en fusieberichten werden genoemd. Van de 163 sites die ik heb aangeroepen, kwamen er 140 bruikbaar terug. Dit zijn de uitkomsten.

Wat ik heb gevonden

Van de 140 gescande websites:

  • 58 (41 procent) hebben geen vectorversie van het logo. Er staat alleen een PNG of JPG. Wie het logo op een gevel of een beursstand wil, moet het laten natekenen.
  • 50 (36 procent) tonen het logo in de header als rasterbestand. Bij vergroten wordt het zichtbaar zachter.
  • 35 (25 procent) hebben geen logo dat als logo te herkennen is in de kop van de pagina.
  • 68 (49 procent) hebben geen og:image. Deel je zo'n pagina op LinkedIn of in WhatsApp, dan komt er een grijs vlak mee in plaats van het merk.
  • 42 (30 procent) laden hun logo uit de themamap in plaats van de uploadmap. Bij een thema-update kan het bestand verdwijnen.
  • 34 (24 procent) hebben geen canonical.
  • 15 (11 procent) hebben geen favicon of een favicon kleiner dan 32 pixels.
  • 20 (14 procent) hebben een copyrightjaar ouder dan dit jaar in de voettekst.

40 van de 140 (29 procent) hadden alle drie de basisdingen op orde: een vectorlogo, een og:image en een canonical.

Eén verband viel op. Van de sites mét vectorlogo mist 44 procent een og:image. Van de sites zonder vectorlogo is dat 55 procent. Wie het ene laat lopen, laat het andere meestal ook lopen. Het is zelden één losse fout; het is een map die niemand meer bijhoudt.

Hoe ik het heb gemeten

De volgorde is belangrijker dan de uitkomst, want zonder de volgorde is een percentage een mening met een cijfer erbij.

De aanleiding. Ik verzamel transactieberichten van een vaste lijst Nederlandse bronnen die overnames, fusies en eigenaarswissels publiceren. Per bericht leg ik de titel, de datum, de tekst en de genoemde bedrijfsnamen vast.

Het filter. Van die bedrijven houd ik de technische en industriële sectoren over: techniek, industrie, bouw en infra, installatie, transport, groen, voeding, metaal, groothandel. ICT, software, web- en marketingbureaus en ontwerpstudio's vallen af, omdat die hun eigen zaak in huis hebben.

De scan. Per website haal ik de homepage op en stel vast: welk bestand in de header als logo dient en welk type dat is, of er ergens een SVG-versie van het logo staat, of er een favicon is en hoe groot, welk jaartal in de copyrightregel staat, of og:image, og:title en canonical aanwezig zijn, en of het logo uit de themamap of de uploadmap komt.

Wat er niet gebeurt. Er wordt niets gescoord, gerangschikt of beoordeeld. Een veld dat niet vast te stellen is, blijft leeg. Dat is ook een uitkomst.

De afbakening. Eén regel per website, ontdubbeld op domeinnaam, alleen de meest recente scan telt mee. Sites die een 403 of een time-out gaven, tellen niet mee: dat waren er 23 van de 163.

Wat deze cijfers niet zeggen

Dit is de belangrijkste paragraaf, en meestal ontbreekt hij.

Het is geen doorsnede van het Nederlandse bedrijfsleven. Het zijn bedrijven die in een overnamebericht stonden. Die groep is per definitie in beweging, en juist rond een eigenaarswissel blijft onderhoud liggen. Als de cijfers ergens vertekend zijn, dan naar boven.

Het is geen MKB-meting. Ik heb de omvang van deze bedrijven niet vastgesteld. Er zitten kleine familiebedrijven in en er zitten beursgenoteerde concerns in. Wie beweert dat dit het MKB is, beweert meer dan de data draagt, en dat doe ik dus niet.

Het is niet uitsluitend Nederlands. Zeventig van de 140 domeinen eindigen niet op .nl. Nederlandse overnameberichten gaan geregeld over buitenlandse kopers of over buitenlandse dochters, en die zijn meegescand.

Het meet geen kwaliteit. Een ontbrekende og:image zegt niets over het ontwerp, de omzet of het vakmanschap van dat bedrijf. Het zegt dat één bestand ontbreekt. Meer niet.

Het is een momentopname. De scan liep tussen maart en augustus 2026. Een site die vandaag wordt gerepareerd, staat in deze cijfers nog fout.

Waarom ik geen namen noem

De bedrijven in deze scan hebben nergens toestemming voor gegeven. Ze stonden in een nieuwsbericht over hun eigen overname, en daar had ik een lijst domeinnamen aan. Dat is genoeg voor een percentage en te weinig voor een naam.

Een lijst met bedrijven die het niet op orde hebben, is bovendien geen onderzoek maar een schandpaal, en er zit geen enkel argument in dat sterker wordt door er een naam bij te zetten. De percentages doen het werk.

Wil je weten hoe je eigen site scoort, dan is dat in twee minuten zelf na te lopen. Open je homepage, klik met rechts op je logo en kijk of er .svg staat. Deel de pagina met jezelf in WhatsApp en kijk of je merk in het voorbeeld verschijnt. Dat zijn de twee zwaarste punten uit deze lijst.

Wat ik er zelf uit haal

Ik ben deze scan begonnen om leads te vinden. Dat is de eerlijke reden. Wat ik terugkreeg was iets anders: een bevestiging dat het probleem waar ik dit vak op heb gebouwd niet zeldzaam is en niet zichtbaar. Vier op de tien bedrijven kunnen hun eigen logo niet op formaat leveren, en bijna niemand van hen weet dat.

Dat is geen ontwerpprobleem. Het is een bestandsprobleem, en het wordt pas duur op het moment dat er iets van het merk wordt gevraagd: een gevel, een overname, een beursstand, een nieuwe leverancier.

Het staat hier omdat ik vind dat een claim over de markt gepaard hoort te gaan met de meting eronder. Ook als de meting minder oplevert dan de claim.

Af en toe schrijf ik hier over de techniek achter merkarchitectuur. Laat je e-mail achter als je nieuwe stukken wilt ontvangen.

Terug naar Kennis